4 april 2013

Volkskrant artikel slaat plank mis

Op 29 maart plaatste de Volkskrant een artikel getiteld ‘Een beetje duurzame auto rijdt in 2014 gewoon weer op benzine', waarin journalist Sander Heijne beweert dat de droom van de elektrische auto niet is uitgekomen. Qua feitenmateriaal zit Heijne er soms een beetje naast, maar wat ons vooral verbaast is de conclusie dat het enthousiasme over de elektrische auto zou zijn bekoeld, waardoor vooral de zuinige benzineauto’s schitteren op autoshows. Onze conclusie is namelijk de tegenovergestelde, want wij zien hoe elektrisch rijden zich elke dag als een veenbrand verspreidt. In het licht van de economische crisis, de zwaarste sinds de jaren ’30, is dat een opmerkelijke ontwikkeling.
Heijne beweert ook dat de elektrische auto een onbeduidende nichemarkt blijft voor een ‘handjevol idealisten’ met geld. Voor particulieren is een volledig elektrische auto inderdaad nog wel prijzig (rond de 30 duizend euro) maar de halfelektrische modellen, zoals de Chevrolet Volt en Opel Ampera, zijn juist erg in trek. Ondanks hun catalogusprijs van rond de 40 duizend euro loopt het aantal bestellingen in de duizenden!

Beetje geduld graag
Samen met Heijne klagen sommige mensen dat de elektrische auto nog maar zo weinig terreinwinst heeft geboekt. Zij beseffen zich niet dat we hier met een ingrijpende transitie te maken hebben van autotechniek, accutechnologie en het uitrollen van een hele nieuwe (oplaad)infrastructuur. Dat is niet volgende week klaar. De benzineauto deed er immers ook zeventig jaar over om een algemeen en betaalbaar product te worden. Ook de bewierookte smartphone was 40 jaar geleden nog een belachelijke baksteen voor de happy few. Daarmee vergeleken maakt de elektrische auto een vliegende start. Kijk even waar we vandaan kwamen: in 2003 bestonden er nog slechts een handvol custom made elektrische auto’s. Ze waren astronomisch duur, onbetrouwbaar, opladen ging met een verlengsnoer door de brievenbus. Tien jaar later groeit elektrisch rijden in Nederland naar negenduizend voertuigen en overal wordt gewerkt aan oplaadpalen en snelladers.

























Zakelijke leaserijders
Zolang dat fijnmazige netwerk er nog niet ligt, zullen mensen vooral kiezen voor een halfelektrische auto. Dat is begrijpelijk. Het voordeel van halfelektrische auto’s is dat zij over een range extender beschikken. De eerste 60 km rijdt de auto op de accu en daarna vult een kleine benzinemotor die accu al rijdende bij. Dat is niet erg duurzaam, maar het neemt wel de ‘afstandsangst’ (vrees te stranden met een lege accu) weg, en dat is ook wat waard. Uiteraard is het de bedoeling dat we die range extender zomin mogelijk gebruiken, door behoedzaam te rijden en de auto tussendoor aan een oplaadpaal te zetten. In zijn artikel merkt Heijne overigens terecht op dat zakelijke leaserijders daar nog weinig voor voelen. De baas betaalt immers de benzinebonnen. Er is echter weinig fantasie voor nodig om daar samen een effectieve financiële prikkel voor te verzinnen, die de leaserijder wel elektrisch laat tanken.

Duurzaam?
Terugkrabbelen naar een ‘duurzame zuinige benzineauto’ zou een grote vergissing zijn. In zijn artikel lijkt Heijne al onder de indruk van auto’s die 1 op 20 rijden. Dat heeft natuurlijk niets met ‘duurzaam’ te maken, hoogstens met een iets minder diepe kolk in onze nationale brandstoftank. Om een lang verhaal kort te maken: het lijdt geen twijfel dat de toekomst voor de elektrische auto is weggelegd, vooral als de benodigde elektriciteit op den duur duurzaam wordt opgewekt.